Module 4 - Onderzoeksvraag en afbakening

Module 4
Onderzoeksvraag en afbakening

Doel
In deze module leren cursisten één duidelijke onderzoeksvraag formuleren. Zij leren ook hoe zij een tekst afbakenen, zodat de analyse gericht blijft en niet te breed wordt.

Belang
Deze module is belangrijk omdat een juridische tekst zonder duidelijke onderzoeksvraag snel beschrijvend of ongericht wordt. Cursisten leren hier dat niet alles in één tekst hoeft. Juist door bewust te kiezen wat wel en niet wordt onderzocht, wordt de tekst sterker.

Kern
De kern van deze module is dat een juridische tekst één centrale onderzoeksvraag nodig heeft. Die vraag bepaalt welke feiten, normen en argumenten relevant zijn. Daarnaast leren cursisten dat afbakening nodig is om de tekst overzichtelijk en juridisch scherp te houden.

Extra uitleg voor de docent
Veel cursisten formuleren een vraag die te breed, te vaag of te algemeen is. Anderen willen te veel onderwerpen tegelijk behandelen. Daardoor wordt de tekst onduidelijk en mist de conclusie focus.

De docent helpt de cursist daarom steeds met deze vragen:
Wat is precies de centrale vraag?
Welke norm hoort bij deze vraag?
Wat moet je wel onderzoeken?
Wat laat je bewust weg?

Juridische achtergrond
Een onderzoeksvraag is de stuurvraag van een juridische tekst. Zonder zo’n vraag blijft een tekst vaak hangen in beschrijving. Met een duidelijke onderzoeksvraag wordt de tekst toetsbaar en gericht. Afbakening hoort daarbij. Dat betekent dat de schrijver bewust kiest wat buiten beschouwing blijft. Zo wordt de analyse scherper en beter controleerbaar.

Docentfocus
De docent let in deze module vooral op:

  1. of er één duidelijke onderzoeksvraag staat

  2. of de vraag juridisch toetsbaar is

  3. of de vraag niet te breed is

  4. of de afbakening expliciet is

  5. of de conclusie echt antwoord geeft op de onderzoeksvraag

Uitleg bij de theorie
De theorie van deze module legt uit dat een onderzoeksvraag bepaalt wat je onderzoekt en wat niet. De docent hoeft dit niet te ingewikkeld uit te leggen. Laat vooral zien dat een goede onderzoeksvraag helpt om de tekst richting te geven en overbodige informatie weg te laten.

Modelanalyse
De modeltekst in deze module laat goed zien hoe een onderzoeksvraag de tekst stuurt. De tekst maakt duidelijk welke onderwerpen binnen de vraag vallen en welke onderwerpen bewust buiten beschouwing blijven. Daardoor ziet de cursist dat een juridische tekst sterker wordt door duidelijke grenzen.

Antwoorden gerichte kijkanalyse

  1. Wat is de onderzoeksvraag van deze tekst?
    Antwoord: De vraag is of het college bevoegd en gehouden is om handhavend op te treden tegen het geplaatste terras.
    Waarom: Dit is de centrale juridische vraag van de tekst.

  2. Welke onderwerpen vallen binnen de reikwijdte van de onderzoeksvraag?
    Antwoord: De vergunningplicht, de feitelijke situatie ter plaatse en het handhavingsbeleid.
    Waarom: Deze onderwerpen zijn nodig om de vraag te beantwoorden.

  3. Welke onderwerpen worden expliciet buiten beschouwing gelaten?
    Antwoord: Mogelijke civielrechtelijke geschillen en schadevergoeding.
    Waarom: Deze onderwerpen horen niet bij de centrale vraag.

  4. Welke zin maakt de afbakening het duidelijkst?
    Antwoord: De zin waarin staat dat aspecten zoals mogelijke civielrechtelijke geschillen of schadevergoeding buiten deze beoordeling vallen.
    Waarom: Daar wordt expliciet gezegd wat niet wordt meegenomen.

  5. Waarom is deze onderzoeksvraag juridisch toetsbaar?
    Antwoord: Omdat de vraag kan worden beantwoord met regels, beleid en feiten.
    Waarom: De vraag gaat niet over een mening, maar over juridische beoordeling.

Antwoorden oefening 1
De vraag is of de vergunning kan worden ingetrokken.
Antwoord: duidelijke onderzoeksvraag
Waarom: Dit is een concrete juridische vraag.

Er zijn meerdere problemen rondom deze situatie.
Antwoord: geen duidelijke onderzoeksvraag
Waarom: De formulering is te algemeen.

De vraag is of handhavend optreden juridisch verplicht is.
Antwoord: duidelijke onderzoeksvraag
Waarom: Dit is een afgebakende juridische vraag.

Het is onduidelijk hoe hiermee moet worden omgegaan.
Antwoord: geen duidelijke onderzoeksvraag
Waarom: Hier ontbreekt een duidelijke juridische kern.

De vraag is in hoeverre het besluit in overeenstemming is met het geldende beleid.
Antwoord: duidelijke onderzoeksvraag
Waarom: De vraag is concreet en toetsbaar.

Er spelen verschillende belangen die moeten worden afgewogen.
Antwoord: geen duidelijke onderzoeksvraag
Waarom: Dit is een constatering, geen onderzoeksvraag.

Antwoorden oefening 2
De vraag is of de gemeente verplicht is om handhavend op te treden.
Voorbeeldantwoord: In deze tekst worden mogelijke schadeclaims of persoonlijke voorkeuren niet onderzocht.
Waarom: Die onderwerpen horen niet direct bij de centrale vraag.

Antwoorden oefening 3
De vraag is wat hier allemaal speelt.
Antwoord: De vraag is of handhavend optreden juridisch verplicht is.

De vraag is wat hier precies aan de hand is.
Antwoord: De vraag is of sprake is van een overtreding van de vergunningplicht.

De vraag is of deze situatie wel eerlijk is.
Antwoord: De vraag is of dit besluit in overeenstemming is met het geldende beleid.

De vraag is wat de gemeente hiermee moet doen.
Antwoord: De vraag is of de gemeente bevoegd is om handhavend op te treden.

De vraag is of dit allemaal volgens de regels is gegaan.
Antwoord: De vraag is of de geldende regels in deze situatie juist zijn toegepast.

Waar let de docent op bij oefening 3
De nieuwe vraag moet juridisch toetsbaar zijn. Vermijd algemene woorden zoals dit, allemaal, eerlijk of precies als die niet verder worden ingevuld.

Antwoorden oefening 4
De vraag is of handhavend optreden juridisch verplicht is.
Antwoord: In deze tekst worden schadevergoeding en civiele gevolgen niet behandeld.

De vraag is of het besluit in bezwaar stand kan houden.
Antwoord: In deze tekst worden politieke voorkeuren of persoonlijke meningen niet behandeld.

De vraag is of de subsidie terecht is verleend.
Antwoord: In deze tekst worden algemene beleidsdiscussies buiten beschouwing gelaten.

De vraag is of de gemeente bevoegd is om deze maatregel op te leggen.
Antwoord: In deze tekst wordt niet beoordeeld of de maatregel wenselijk is, maar alleen of zij juridisch mogelijk is.

De vraag is of sprake is van een overtreding van het bestemmingsplan.
Antwoord: In deze tekst worden schade en herstelkosten niet behandeld.

De vraag is of het verzoek om inzage kan worden geweigerd.
Antwoord: In deze tekst worden politieke gevolgen niet behandeld.

De vraag is of de vergunning kan worden ingetrokken.
Antwoord: In deze tekst worden civielrechtelijke gevolgen niet behandeld.

De vraag is of legalisatie van de situatie mogelijk is.
Antwoord: In deze tekst wordt niet beoordeeld of handhaving wenselijk is.

De vraag is of de opgelegde last onder dwangsom proportioneel is.
Antwoord: In deze tekst wordt niet onderzocht of de overtreding ooit is begonnen, behalve voor zover dat nodig is voor proportionaliteit.

De vraag is of verlenging van de overeenkomst juridisch toelaatbaar is.
Antwoord: In deze tekst worden commerciële voorkeuren niet behandeld.

Begeleiding bij de schrijfopdracht
Bij de geleide schrijfopdracht helpt de docent de cursist om eerst één centrale onderzoeksvraag te formuleren. Pas daarna gaat de cursist de tekst opbouwen.

De docent stuurt vooral op:

  1. één centrale vraag

  2. een juridisch toetsbare formulering

  3. een duidelijke afbakening

  4. een analyse die binnen die grens blijft

  5. een conclusie die de vraag echt beantwoordt

Minimum voor een voldoende tekst
De tekst is voldoende als:

  1. er één duidelijke onderzoeksvraag is

  2. de vraag juridisch relevant is

  3. duidelijk is wat wel en niet wordt onderzocht

  4. de tekst binnen de afbakening blijft

  5. de conclusie antwoord geeft op de onderzoeksvraag

Begeleiding bij het zelfstandig schrijfproduct
In deze opdracht laat de cursist zien of hij of zij zelf één juridische vraag kan kiezen en de analyse daaraan kan ophangen. De docent let hier vooral op focus en begrenzing.

De kernvraag is: kan de cursist de tekst beperken tot één goed gekozen onderzoeksvraag?

Schrijfupgrade
De schrijfupgrade helpt cursisten om hun vraag en afbakening duidelijker te formuleren. Vooral deze woorden en patronen zijn belangrijk:

  1. centraal staat de vraag of

  2. begrensd tot

  3. buiten beschouwing blijft

  4. uitsluitend in het kader van

  5. niet beslissend voor

Ook deze zinnen zijn bruikbaar:
Centraal staat de vraag of ... De beoordeling blijft begrensd tot ...
Aspecten als ... blijven buiten beschouwing, omdat ...
De analyse ziet uitsluitend op ...

Deze patronen helpen cursisten om de tekst scherper te maken.

Grammatica en formulering
In deze module gaat grammatica vooral over formulering op tekstniveau. De cursist leert hoe je een onderzoeksvraag en afbakening duidelijk in taal zet. De docent let op:

  1. heldere vraagzinnen

  2. geen algemene woorden

  3. expliciete afbakening

  4. taal die de focus ondersteunt

Differentiatie
Voor cursisten die meer steun nodig hebben, laat de docent eerst bestaande onderzoeksvragen aanwijzen en laat daarna voorbeelden van afbakening invullen.

Voor sterkere cursisten kan de docent sneller werken met het verbeteren van te brede onderzoeksvragen of met complexe casussen waarin meerdere mogelijke vragen voorkomen.

Voor alle cursisten geldt: geef feedback eerst op de onderzoeksvraag en afbakening en daarna op taal.

Veelgemaakte fouten
Veel cursisten maken in deze module deze fouten:

  1. zij formuleren meerdere vragen tegelijk

  2. zij schrijven een vraag die te algemeen is

  3. zij vergeten te zeggen wat buiten beschouwing blijft

  4. zij nemen te veel informatie op in de tekst

  5. zij geven in de conclusie geen echt antwoord op de centrale vraag

Korte samenvatting
Module 4 leert cursisten hoe zij één duidelijke onderzoeksvraag formuleren en een tekst scherp afbakenen. De cursist leert zo gerichter en juridisch sterker schrijven. De docent let vooral op focus, begrenzing en een conclusie die echt antwoord geeft op de centrale vraag.