Module 3
Van doel naar probleemstelling
Doel
In deze module leren cursisten het doel van een tekst bepalen, de juiste doelgroep kiezen en een duidelijke probleemstelling formuleren. Zij leren dat een juridische tekst pas sterk wordt als vanaf het begin duidelijk is waarvoor de tekst is bedoeld en welke vraag centraal staat.
Belang
Deze module is belangrijk omdat een juridische tekst zonder duidelijk doel of probleemstelling snel te algemeen wordt. Cursisten leren hier dat een tekst richting nodig heeft. Het doel, de doelgroep en de probleemstelling sturen samen de inhoud, toon en opbouw van de tekst.
Kern
De kern van deze module is dat een juridische tekst altijd voor een bepaalde lezer en met een bepaald doel wordt geschreven. De cursist leert daarom drie dingen:
het doel van de tekst benoemen
de doelgroep bepalen
de probleemstelling scherp formuleren
Zo leert de cursist gericht schrijven in plaats van breed of beschrijvend schrijven.
Extra uitleg voor de docent
Veel cursisten schrijven te algemeen. Zij beschrijven de situatie, maar maken niet duidelijk waarom de tekst wordt geschreven en voor wie. Anderen formuleren een vraag die te breed of te vaag is.
De docent helpt de cursist daarom steeds met deze vragen:
Wat wil deze tekst bereiken?
Voor wie is deze tekst bedoeld?
Welke vraag staat centraal?
Wat hoort wel bij deze tekst en wat niet?
Juridische achtergrond
Een juridische tekst heeft altijd een functie. De tekst kan bijvoorbeeld informeren, beoordelen, vastleggen of aanzetten tot handelen. Zonder een scherp doel blijft de tekst oppervlakkig. Zonder duidelijke doelgroep sluit de formulering niet goed aan bij de lezer. Zonder probleemstelling mist de tekst richting. Daarom zijn doel, doelgroep en probleemstelling een belangrijk fundament voor juridisch schrijven.
Docentfocus
De docent let in deze module vooral op:
of het doel van de tekst expliciet is
of de doelgroep duidelijk is
of de probleemstelling juridisch en afgebakend is
of de tekst niet te algemeen wordt
of de conclusie past bij doel en doelgroep
Uitleg bij de theorie
De theorie van deze module legt uit dat een juridische tekst nooit zomaar wordt geschreven. De schrijver wil iets bereiken en schrijft voor een bepaalde lezer. Vanuit dat doel en die lezer wordt een probleemstelling geformuleerd. De docent hoeft dit niet abstract uit te leggen. Laat vooral zien dat de tekst sterker wordt als het doel en de kernvraag vroeg duidelijk zijn.
Modelanalyse
De modelteksten in deze module zijn belangrijk, omdat zij laten zien hoe doel, doelgroep en probleemstelling de tekst sturen. Cursisten zien dat een professionele tekst niet alles uitlegt, maar alleen wat voor deze lezer en dit doel nodig is.
Antwoorden gerichte kijkanalyse tekst 1
Wat is het doel van deze tekst?
Antwoord: beoordelen of de vergunning kan worden verlengd.
Waarom: de tekst werkt toe naar een beslissing over verlenging.Voor wie is deze tekst geschreven?
Antwoord: voor een professionele lezer binnen de gemeente.
Waarom: de tekst gebruikt vaktaal en gaat uit van voorkennis.Waaraan zie je dat de tekst is bedoeld voor een professionele lezer?
Antwoord: aan woorden als beleid, voorwaarden, openbare orde, verkeersveiligheid en ruimtelijke inpassing.
Waarom: deze woorden passen bij een bestuurlijke of juridische context.Welke rol heeft de gemeente in deze tekst?
Antwoord: de gemeente beoordeelt het verzoek.
Waarom: de gemeente beslist of verlenging mogelijk is.Welke kennis mag de lezer volgens de tekst al hebben?
Antwoord: kennis van gemeentelijk beleid en vergunningverlening.
Waarom: niet alles wordt uitgelegd, omdat de lezer dit al moet kennen.
Antwoorden gerichte kijkanalyse tekst 2
Wat is het doel van deze tekst?
Antwoord: beoordelen welke documenten openbaar kunnen worden gemaakt.
Waarom: de tekst werkt toe naar een beslissing over inzage.Voor wie is deze tekst geschreven?
Antwoord: voor een professionele lezer binnen de gemeente.
Waarom: de tekst gebruikt juridische termen zonder eenvoudige uitleg.Waaraan zie je dat de tekst is geschreven voor een professionele lezer?
Antwoord: aan termen als interne beraadstukken, uitzonderingsgrond en gedeeltelijke openbaarmaking.
Waarom: deze taal vraagt juridische of bestuurlijke voorkennis.Welke rol heeft de gemeente in deze tekst?
Antwoord: de gemeente beoordeelt het verzoek en motiveert de beslissing.
Waarom: de tekst laat zien wat de gemeente wel en niet openbaar maakt.Past de toon van de tekst bij de doelgroep?
Antwoord: ja.
Waarom: de toon is zakelijk, precies en professioneel.
Antwoorden gerichte kijkanalyse tekst 3
Wat is het doel van deze tekst?
Antwoord: beoordelen of de leverancier een geslaagd beroep op overmacht kan doen.
Waarom: de tekst werkt toe naar een conclusie over aansprakelijkheid.Voor wie is deze tekst geschreven?
Antwoord: voor een professionele lezer binnen een organisatie of juridische afdeling.
Waarom: de tekst gaat uit van kennis van overeenkomsten en aansprakelijkheid.Welke zin maakt het doel van de tekst het duidelijkst?
Antwoord: de zin dat de juridische beoordeling zich richt op de vraag of de aangevoerde omstandigheden kwalificeren als overmacht.
Waarom: daar wordt de kernvraag expliciet gemaakt.Welke woorden passen bij een professionele juridische lezer?
Antwoord: overeenkomst, aansprakelijkheid, overmacht, tekortkoming, schadevergoeding.
Waarom: deze woorden horen bij juridische beoordeling.Zou deze tekst geschikt zijn voor een burger zonder juridische kennis?
Antwoord: nee, niet direct.
Waarom: de tekst is compact en gebruikt juridische termen.
Antwoorden gerichte kijkanalyse tekst 4
Wat is het doel van deze tekst?
Antwoord: beoordelen of het besluit in bezwaar stand kan houden.
Waarom: de tekst werkt toe naar een advies over handhaving van het besluit.Voor wie is deze tekst geschreven?
Antwoord: voor juristen of een juridische afdeling.
Waarom: de tekst gebruikt interne juridische taal.Waaraan zie je dat de tekst is bedoeld voor juristen en niet voor niet juridische collega’s?
Antwoord: aan woorden als motivering, proportioneel, heroverweging, vernietigd en motiveringsgebrek.
Waarom: deze termen zijn juridisch en technisch.Welke kennis wordt bij de lezer als bekend verondersteld?
Antwoord: kennis van bezwaarprocedures en juridische toetsing.
Waarom: deze kennis wordt niet uitgelegd.Welke uitleg ontbreekt omdat de doelgroep deze niet nodig heeft?
Antwoord: basisuitleg over bezwaar, motivering en dossierbeoordeling.
Waarom: de lezer wordt gezien als vaklezer.
Antwoorden oefening 1
Deze brief bevestigt de ontvangst van uw aanvraag.
Antwoord: informeren
Waarom: de tekst geeft informatie.
Met deze notitie wordt beoordeeld of handhaving nodig is.
Antwoord: beoordelen
Waarom: de tekst onderzoekt of een maatregel nodig is.
Dit document legt vast welke afspraken zijn gemaakt.
Antwoord: vastleggen
Waarom: de tekst heeft als doel afspraken te registreren.
Antwoorden oefening 2
De gemeente informeert u hierbij over de verdere afhandeling van uw aanvraag.
Antwoord: burger of externe lezer
Waarom: de tekst spreekt iemand direct aan.
In deze notitie wordt beoordeeld of het besluit juridisch standhoudt.
Antwoord: professionele lezer
Waarom: de formulering is intern en juridisch.
Deze e mail bevestigt dat het dossier is overgedragen aan de juridische afdeling.
Antwoord: collega of professionele lezer
Waarom: het gaat om interne communicatie.
Antwoorden oefening 3
Met deze brief reageren wij op uw verzoek.
Antwoord: Met deze brief reageren wij op uw verzoek en informeren wij u over de verdere afhandeling.
Waarom: het doel wordt concreter.
In deze tekst wordt gekeken naar de mogelijkheden.
Antwoord: In deze tekst wordt beoordeeld welke mogelijkheden juridisch openstaan.
Waarom: het doel wordt duidelijker en preciezer.
Dit document heeft betrekking op de vergunning.
Antwoord: Dit document dient ter beoordeling van de vergunningaanvraag.
Waarom: nu is duidelijk wat de functie van de tekst is.
Antwoorden oefening 4
De vraag is of verlenging van de vergunning mogelijk is binnen het geldende beleid.
Antwoord: duidelijke probleemstelling
Waarom: dit is een concrete juridische vraag.
Er zijn verschillende dingen die hier een rol spelen.
Antwoord: geen duidelijke probleemstelling
Waarom: dit is te algemeen.
Het is onduidelijk hoe hiermee moet worden omgegaan.
Antwoord: geen duidelijke probleemstelling
Waarom: de vraag is niet scherp.
De vraag is of de vergunning kan worden ingetrokken.
Antwoord: duidelijke probleemstelling
Waarom: dit is een afgebakende vraag.
Er zijn verschillende problemen rondom deze situatie.
Antwoord: geen duidelijke probleemstelling
Waarom: de formulering is te breed.
Antwoorden oefening 5
De vraag is of dit besluit wel klopt.
Antwoord: De vraag is of dit besluit juridisch houdbaar is.
Er moet worden bekeken wat hier de juiste aanpak is.
Antwoord: De vraag is welke juridische maatregel in deze situatie passend is.
Het is de bedoeling om te beoordelen wat mogelijk is.
Antwoord: De vraag is welke handhavingsmogelijkheden juridisch openstaan.
Waar let de docent op bij oefening 5
De nieuwe probleemstelling moet één duidelijke juridische vraag zijn. Vermijd woorden als dit, goed, juist, mogelijk of dingen als die niet verder zijn ingevuld.
Antwoorden oefening 6
De vraag is of de vergunning kan worden verlengd.
Antwoord: In deze tekst worden mogelijke schadeclaims of financiële gevolgen niet behandeld.
Waarom: de tekst moet beperkt blijven tot de kernvraag.
De vraag is of het besluit juridisch standhoudt bij bezwaar.
Antwoord: In deze tekst worden politieke of persoonlijke voorkeuren niet behandeld.
Waarom: de tekst blijft beperkt tot de juridische beoordeling.
De vraag is of de leverancier een beroep kan doen op overmacht.
Antwoord: In deze tekst wordt de hoogte van een mogelijke schadevergoeding niet behandeld.
Waarom: dat is een andere vraag.
Antwoorden oefening 7
De vraag is of dit allemaal wel klopt.
Antwoord: De vraag is of dit besluit juridisch juist is genomen.
De vraag is of deze beslissing wel goed is.
Antwoord: De vraag is of deze beslissing juridisch kan worden gedragen.
De vraag is of hier juist is gehandeld.
Antwoord: De vraag is of in deze situatie volgens de geldende regels is gehandeld.
De vraag is of dit besluit terecht is.
Antwoord: De vraag is of dit besluit juridisch standhoudt.
De vraag is of de regels hier goed zijn toegepast.
Antwoord: De vraag is of de toepasselijke regels in deze situatie juist zijn toegepast.
De vraag is of deze situatie correct is afgehandeld.
Antwoord: De vraag is of deze situatie juridisch correct is afgehandeld.
De vraag is of dit verzoek kan worden ingewilligd.
Antwoord: De vraag is of dit verzoek juridisch kan worden toegewezen.
De vraag is of deze maatregel nodig was.
Antwoord: De vraag is of deze maatregel juridisch noodzakelijk was.
Antwoorden oefening 8
Met deze brief informeren wij u over de beslissing.
Antwoord: informeren
Waarom: de tekst geeft een uitkomst door.
In deze notitie wordt bekeken welke stappen mogelijk zijn.
Antwoord: beoordelen
Waarom: de tekst onderzoekt wat kan.
Antwoorden oefening 9
In dit document wordt toegelicht hoe het besluit tot stand is gekomen.
Voor wie is deze tekst waarschijnlijk geschreven en waarom?
Antwoord: voor een burger of externe lezer.
Waarom: de tekst legt iets uit.Welke lezer wordt hier aangesproken?
Antwoord: een lezer die uitleg nodig heeft over de beslissing.
Waarom: de formulering is uitleggericht.Is deze tekst bedoeld voor een burger of voor een professional?
Antwoord: waarschijnlijk voor een burger.
Waarom: de tekst klinkt toegankelijker en minder technisch.Welke kennis moet de lezer volgens deze zin al hebben?
Antwoord: weinig voorkennis.
Waarom: het besluit wordt toegelicht.Zou deze zin passen in een interne of externe tekst?
Antwoord: vooral in een externe tekst.
Waarom: het doel is uitleg geven.
Begeleiding bij de schrijfopdracht
Bij de geleide schrijfopdracht helpt de docent de cursist om eerst het doel, de doelgroep en de probleemstelling scherp te krijgen. Pas daarna gaat de cursist de tekst invullen.
De docent stuurt vooral op:
een duidelijk doel
een herkenbare doelgroep
één centrale probleemstelling
een afgebakende tekst
een conclusie die past bij de lezer
Minimum voor een voldoende tekst
De tekst is voldoende als:
het doel expliciet is
de doelgroep duidelijk is
de probleemstelling scherp is
de tekst niet afwijkt van de kernvraag
de conclusie past bij doel en doelgroep
Begeleiding bij het zelfstandig schrijfproduct
In deze opdracht laat de cursist zien of hij of zij doel, doelgroep en probleemstelling zelfstandig kan bepalen. De docent let hier vooral op focus en afbakening.
De kernvraag is: kan de cursist de tekst vanaf het begin gericht opbouwen?
Schrijfupgrade
De schrijfupgrade helpt cursisten om doel en doelgroep duidelijker zichtbaar te maken. Vooral deze woorden en patronen zijn belangrijk:
met het oog op
teneinde
gericht op
voor de beoordeling relevant is
voor deze lezer volstaat
Ook deze zinnen zijn bruikbaar:
Deze notitie dient ter beoordeling van ... en is gericht op ...
Voor deze lezer volstaat een kernachtige motivering.
Deze tekst dient ter vastlegging van ... en is bedoeld voor ...
Deze patronen helpen cursisten om doel en lezer duidelijk te maken.
Grammatica en formulering
In deze module gaat grammatica vooral over formulering op tekstniveau. Het gaat om woorden die doel, doelgroep en probleemstelling zichtbaar maken. De docent let op:
duidelijke doelzinnen
precieze formulering van de kernvraag
geen algemene woorden
een toon die past bij de lezer
Differentiatie
Voor cursisten die meer steun nodig hebben, laat de docent eerst alleen het doel en de doelgroep aanwijzen in modelteksten. Werk daarna met voorbeeldzinnen voor probleemstellingen.
Voor sterkere cursisten kan de docent sneller werken met het herschrijven van vage probleemstellingen of met korte casussen waarin zij zelf doel en doelgroep moeten bepalen.
Voor alle cursisten geldt: geef feedback eerst op doel en probleemstelling en daarna op taal.
Veelgemaakte fouten
Veel cursisten maken in deze module deze fouten:
zij schrijven te algemeen
zij noemen geen duidelijke doelgroep
zij formuleren een probleemstelling die te breed is
zij verwarren doel en onderwerp
zij schrijven een conclusie die niet past bij de lezer